header_nieuws.jpg

 

english  nederlands
 

 

 

 

Home / Nieuws / Detail 
 

 

 
 

 

 
 

 

TNO: geen consortium maar markt voor spitsmijden

 

2007 december-02

 

 

 

Minister Eurlings moet de ontwikkeling en fabricage van de ‘kastjes’ in de auto niet gunnen aan een consortium. De markt kan dat innovatiever en goedkoper regelen. De kogel is door de kerk. Minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat maakte vrijdag zijn plannen bekend om vanaf 2011 rekeningrijden te gaan invoeren. Daarbij heeft de minister gekozen voor satelliettechnologie om met behulp van een kastje in de auto bij te houden welke auto wanneer en waar rijdt. Een verstandige keuze. Voor het gemak gaan velen er nu van uit dat een consortium of een bedrijf een standaardkastje via het ministerie gaat aanbieden aan de automobilisten.

De afgelopen weken hebben verschillende bedrijven al aangegeven dat zij best de kastjes voor zo’n systeem willen leveren. Maar hier schuilt een groot risico. De keren dat we leergeld hebben betaald met een vertraagde introductie of uit de hand lopende kosten gaan inmiddels de ervaring van de zich stotende ezel voorbij. De tijd van mega-aanbestedingen van niet-bewezen technologie bij dit soort grootschalige projecten is voorbij. In de visie van TNO moet de overheid een functionele beschrijving definiëren en een programma van eisen opstellen. De technische specificatie en implementatie worden vervolgens aan de markt overgelaten. Deze marktwerking verbetert het systeem continu en laat de gebruiker de keuze uit verschillende systemen. Misschien nog belangrijker is dat het ervoor zorgt dat de overheid niet vastzit aan één systeem en één leverancier. Standaardisatie van (open) interfaces en certificering van de deelsystemen zijn sleutelonderdelen voor het beheersen van de risico’s.

De gebruiker, de autobezitter, wordt als het aan ons ligt zelf verantwoordelijk gemaakt voor de juiste ‘aangifte’ met behulp van een onboard kastje van zijn rijgedrag. De overheid regelt alleen dat de kastjes in de auto minimaal voldoen aan een aantal basiseisen van kwaliteit en uitleesbaarheid. Wie een uitgebreider kastje koopt, dat bijvoorbeeld ook navigatie en handsfree bellen regelt, of het betalen in een parkeergarage, verzekeringspremie per gereden kilometer of wat de toekomst ook aan innovatieve additionele diensten mag brengen, zit zodoende niet opgescheept met dubbele systemen. Die kastjes in de auto worden dus niet door de overheid via een tender aanbesteed. De overheid stelt alleen de aanschaf van een kastje verplicht en geeft eventueel een subsidie op de aankoop. Deze marktwerking zorgt er ook voor dat innovatie naar steeds betere en goedkopere kastjes doorgaat.

De markt is meer dan in staat om in te spelen op zo’n flexibel stelsel van louter functionele minimumeisen. Daar hebben al die bedrijven die de afgelopen tijd in de kolommen van ook deze krant stonden te trappelen met hun aanbod gelijk in. Grootschalig aanbesteden kán zich wel lenen voor systemen die niet (meer) aan verandering onderhevig zijn, zoals de walkantsystemen die de kastjes in de auto uitlezen, en misschien voor het gedeelte voor handhaving. Maar zelfs dat is niet nodig. Dr. ir. M.W. Leeuw en ir. A.N. Bleijenberg zijn werkzaam bij TNO.